Marathon Amsterdam ervaring: het complete verhaal van de dag dat alles samenkwam

Marathon Amsterdam ervaring

Mijn marathon Amsterdam ervaring laat zich samenvatten in één zin: de dag dat alles samenkwam. Na mijn eerste marathon in Hannover en de leermarathon van Rotterdam stond op 19 oktober 2025 het NK in Amsterdam op het programma — en na tien maanden voorbereiding viel daar werkelijk alles op zijn plek: een finishtijd van 2:44:40, bijna twaalf minuten onder mijn oude PR. Dit is het complete verhaal: de opbouw, de generale, de race kilometer voor kilometer — met splits die vlakker zijn dan ik ooit had durven dromen — en de lessen die ik eruit meeneem.

Tien maanden voorbereiding: het jaar in twee delen

Na het kwakkeljaar 2024 — met alsnog een marathon waar ik blij mee was én een PR op de 10 kilometer — begon ik in september 2024 rustig op te bouwen. Eén doel schoot direct in mijn hoofd: de marathon van Amsterdam, waar in 2025 het NK zou worden gehouden. Begin januari opende de NK-inschrijving en schreef ik me in. Tien maanden voorbereiding: wat een luxe.

Ik deelde het jaar bewust in tweeën. Het eerste halfjaar draaide om één ding: heel veel kilometers maken en kracht en stabiliteit opbouwen, zonder specifieke snelheidstrainingen — alleen de wekelijkse baantraining bleef staan. Het echte, scherpe marathonwerk bewaarde ik voor na de zomervakantie. Die geduldige aanpak zou later goud waard blijken.

Twee halve marathons als graadmeter

Begin februari was ik een weekendje in Schoorl — en wat bleek: precies in het weekend van Groet uit Schoorl. Uitverkocht, maar een week ervoor had een hardloopmaatje een startnummer over. Dus zonder specifieke voorbereiding aan de start van de halve marathon, met één doel: 21 kilometer stabiel lopen. Het startnummer bleek ergens achterin te horen — prima, rustiger starten kan nooit kwaad. Ik begon net boven de 4 minuten per kilometer, versnelde in het slot tot eronder en finishte net boven de 1:24. Zonder gerichte training. Als dít de basis is, dacht ik, dan zit het goed.

In maart volgde een tweede halve, op een zwaarder parcours — bewust midden in een volle trainingsweek geplaatst, want het ging om oktober, niet om deze race. Weer 1:24, zelfs een paar seconden sneller. De start van 2025 was goed.

Het echte blok: twaalf weken boven de 80 kilometer

Na een zomervakantie in de Verenigde Staten — waar ik meer aan trainen toekwam dan verwacht — begon het marathontraject pas echt. Vanaf twaalf weken voor de race zat ik op 80+ kilometer per week, en daar ben ik niet meer onder gekomen. De trainingsweken voelden sterk; het geduldige voorjaar betaalde zich uit. Het doel dat in mijn hoofd zat: 2:48. Na Hannover leek me dat ooit een mooie grens, in Rotterdam mislukte de poging — nu was alles erop gericht. In de laatste weken sprak ik het ook hardop uit als mensen ernaar vroegen: “sowieso een PR, maar het liefst 2:47:59.” Ruim zes minuten van mijn PR af. Een grote stap.

De weekstructuur in dat blok: vijf tot zes trainingen per week, met de vaste baantraining voor het scherpe werk, marathontempo-blokken, rustige herstelloopjes en in het weekend de lange duurloop — inclusief het testen van gels, drank en wedstrijdschoenen. Train zoals je racet: alles wat ik op wedstrijddag zou gebruiken, was in oktober al tientallen keren beproefd.

De generale in Almere: eindelijk goed gestart

Eind september, drie weken voor de marathon, liep ik de 30 kilometer van Almere. Wie mijn Rotterdam-verhaal kent, snapt waarom de trainer het dít keer een keer of vier benadrukte: écht rustig starten. De eerste 10 kilometer op 4:15, daarna 20 kilometer op marathontempo. En het lukte: bewust niet vooraan gaan staan, heerlijk ingehouden die eerste 10, en daarna los — met als bijkomend voordeel dat je in het tweede deel continu naar mensen tóé loopt in plaats van andersom. De tempo’s onder de 4 minuten voelden makkelijk, ondanks de warmte. Finish: 1:59:33, exact volgens afspraak. Zó veel vertrouwen geeft een goed gelopen generale.

De taper: rare pijntjes en vals alarm

Na nog één pittige week volgden twee taperweken met één doel: heel blijven. En zoals altijd doet je lichaam in de taper rare dingen: je voelt pijntjes die er niet zijn, je wordt sloom, en zelfs de activatieloop daags voor de race voelt niet fantastisch. Je denkt: hoe moet ik morgen in vredesnaam 42 kilometer lopen? Gelukkig ken ik dat gevoel inmiddels — het zegt helemaal niets. Het vertrouwen bleef.

De race: mijn marathon Amsterdam ervaring kilometer voor kilometer

Raceday. Weer een start in het voorste vak bij de NK-deelnemers, maar bewust niet te ver naar voren: eigen tempo, niet te snel weg. De eerste kilometer tikte ik aan in 4:01 — als je me daar had verteld dat dit mijn op twee na lángzaamste kilometer van de hele marathon zou worden, had ik je voor gek verklaard. Kilometer twee ging in 3:44: oeh, te hard, gas terug. De eerste 10 kilometer bleven wat rommelig (mede door haperende GPS tussen de gebouwen), fluctuerend tussen 3:45 en 3:55.

Rond kilometer 10 nam ik één bewust risico: voor ons draaide het parcours na kilometer 12 de wind in, en ik zag een groep voor me. Dus kort versnellen (die kilometer ging in 3:29) en aanhaken. Dat bleek de beste beslissing van de dag: vooraan liepen zeer ervaren mannen die voor iemand aan het hazen waren en in het windtegen-deel keurig in waaiervorm gingen lopen. Kilometers van rond de 3:52 kwamen vanzelf. Het plan: tot kilometer 20 aanhaken, dan zou de wind draaien. Bij het draaipunt liet ik de groep gaan — en liep er vervolgens vanzelf weer naartoe. Oké dan: tot 30 mee, dan zien we wel. Je hoofd is drúk tijdens zo’n marathon: je gaat veel harder dan gepland, houd je dit vol, wil je niet die loper zijn die instort — maar waarom afremmen als het zó makkelijk voelt?

Ook deze marathon had ik de luxe van eigen drankposten: rond kilometer 12 en 27 stond mijn vriendin met een bidon. Mijn combinatie: Maurten-gels onderweg en Maurten-sportvoeding met elektrolyten in de bidon — voor mij dé mix die werkt, honderd keer getest in training.

Bij kilometer 30 voelde het tempo nóg makkelijk — er kwamen zelfs drie kilometers rond de 3:45 toen iemand vooraan versnelde en de groep uiteenviel. Vanaf daar: ieder voor zich, eigen tempo. Op 35 kilometer nog geen centje pijn; laatste gelletje en door. Pas rond kilometer 37-38 kwam eindelijk het gevoel in de benen — ik was er bijna blíj mee. Kilometer 37 in 3:49, 38 in 3:52. Wel kreeg ik trek, echte honger, en werd het zwaarder: achteraf gezien hét leermoment — bij kilometer 38 had ik gewoon nog een gel moeten nemen. Maar de klok bleef mild: 39 in 3:53, 40 in 3:52, en op mijn horloge zag ik ineens dat zelfs onder de 2:45 mogelijk was. De laatste twee kilometer waren een gevecht (kilometer 42: 4:03 — mijn traagste), maar toen doemden de laatste bochten en het Olympisch Stadion op. Een klein sprintje naar de finish: 2:44:40. Wat een dag. Wat een loop. Alles viel samen.

Mijn kilometertijden: vlakker kan bijna niet

Dit is waar ik misschien wel het meest trots op ben. Kijk naar de blokken van 5 kilometer: het langzaamste blok (19:24) en het snelste (19:01) liggen nog geen halve minuut uit elkaar — over een héle marathon (mijn horloge klokte 42,7 km). Doorkomst halve marathon: ± 1:21.

PuntDoorkomstTempo (per 5 km)
5 km0:19:243:52 /km
10 km0:38:253:48 /km
15 km0:57:383:50 /km
20 km1:16:563:51 /km
25 km1:36:183:52 /km
30 km1:55:393:52 /km
35 km2:14:473:49 /km
40 km2:34:113:52 /km
Finish (42,195 km)2:44:40slotstuk
Doorkomsten TCS Amsterdam Marathon (NK), 19 oktober 2025.

De schoenen: New Balance FuelCell SC Elite v5

Ik liep Amsterdam op de New Balance FuelCell SuperComp Elite v5, nadat ik eerder al op de v4 had gelopen — en ik ben eerlijk gezegd verliefd op deze schoenen. Als middenvoet-/haklander geven deze carbonschoenen mij precies de juiste push, waar eerdere schoenen me eerder leken af te remmen. Let wel: welke (carbon)schoen bij jóu past, hangt sterk af van je landing en loopstijl — lees daarover meer in mijn gidsen over hardloopschoenen kiezen na je 40e en de beste hardloopschoenen voor 40-plussers.

Drie marathons, één rode draad

Achteraf zie ik de trilogie pas echt in perspectief. Hannover was het debuut waarin alles nieuw was en verrassend soepel liep. Rotterdam was de marathon waarin zo’n beetje alles tegenzat wat kon tegenzitten — en die me daardoor het meest leerde. Amsterdam was de dag waarop al die lessen samenkwamen: de brede basis uit het voorjaar (Hannover-les: eerst het fundament), de generale die ik dít keer wél goed uitvoerde (Rotterdam-les: tempodiscipline), eigen drankposten met beproefde voeding (les uit beíde), en een lichaam dat heel was gebleven omdat ik na de blessureperiode mínder risico nam en méér luisterde.

Het verschil zie je terug in de cijfers: in Hannover verloor ik in de slotfase ruim 15 seconden per kilometer, in Rotterdam bijna een minuut — in Amsterdam liep ik kilometer 40 nog exact op het tempo van kilometer 5. Een vlakke marathon is geen toeval; het is het optelsommetje van een goede voorbereiding, een eerlijke inschatting en durven vertrouwen op je vorm.

Wat deze marathon Amsterdam ervaring mij leerde

  • Geduld wint. Een half jaar alleen basis bouwen zonder scherpte voelt saai, maar het maakte de twaalf weken van 80+ kilometer daarna pas mogelijk.
  • Rustig starten kun je leren. Na de les van Rotterdam bewees Almere dat het kan — en in Amsterdam betaalde het zich dubbel uit.
  • Een goede groep is gratis energie. Ervaren lopers die in waaiervorm de wind breken: aanhaken en dankbaar zijn.
  • Durf je plan bij te stellen — met verstand. Ik liep structureel harder dan gepland, maar luisterde per 10 kilometer opnieuw naar mijn lijf in plaats van blind door te drukken.
  • Neem die extra gel. Mijn enige echte fout: bij kilometer 38 geen gel meer nemen. De honger in de slotfase was het bewijs.
  • Taper-gevoel zegt niets. Sloomheid en spookpijntjes horen erbij; vertrouw op het werk dat erachter ligt.

Veelgestelde vragen over de marathon van Amsterdam

Is de marathon van Amsterdam snel?

Ja — het parcours is vlak, oktober biedt meestal koel loopweer en de finish in het Olympisch Stadion is iconisch. Niet voor niets wordt hier regelmatig het NK marathon gelopen. De grootste uitdaging is de wind op de open stukken langs de Amstel; een groep vinden helpt enorm.

Hoe plan je je voeding in de laatste 10 kilometer?

Neem je laatste gel niet te vroeg. Ik nam de mijne rond kilometer 35 en kreeg bij 38 alsnog honger — mijn leerpunt: plan rond kilometer 37-38 nog een extra gel, ook als je denkt dat je het niet nodig hebt. Meer hierover in mijn gids over energiegels.

Hoe kom je aan een startbewijs?

Inschrijven gaat via de officiële website van de TCS Amsterdam Marathon; NK-deelname loopt via de Atletiekunie (met licentie en limiet). De marathon is populair, dus wees er vroeg bij. Meer races vind je in onze kalender met hardloopwedstrijden in Nederland.

Hoe bouw je een marathonjaar op?

Mijn aanpak voor Amsterdam: deel het jaar in tweeën. Eerste helft: veel rustige kilometers voor kracht en stabiliteit, met hooguit één snelheidstraining per week en een enkele testwedstrijd op basis van je duurvermogen. Tweede helft: het echte marathonblok van twaalf tot zestien weken met hogere weekomvang, marathontempo-blokken en een generale over 25-30 kilometer zo’n drie weken voor de race. Zo kom je aan de start met én een fundament én scherpte.

Op naar Den Haag

Drie marathons, drie totaal verschillende verhalen: het debuut in Hannover, de leermarathon in Rotterdam en nu de dag dat alles samenkwam in Amsterdam. Voor 2026 staat het volgende doel al vast: de marathon van Den Haag op 1 november. Op naar nieuwe marathonervaringen. Zelf toewerken naar jouw eigen hoogtepunt? Begin met de basis in ons marathon trainingsschema — en onthoud: eerst het fundament, dan het feest.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven